Wanneer we aan lichaamsversiering denken, dan denken we aan piercings en tatoeages. Sommigen zijn er gek op en bekijken het als een manier om hun persoonlijkheid uit te drukken, terwijl anderen het marginaal of gewoon dom vinden. Maar het verlangen om onszelf mooier te maken door lichaamsmodificatie of versiering is niets nieuws. Al sinds de oudheid hebben mensen een beeld gehad van perfectie, de ideale schoonheid. En ook al is dat beeld door de eeuwen heen vaak veranderd, het toonde ons dat vrouwen tot veel in staat zijn. Wie mooi wil zijn moet pijn lijden.

Rond 45,000 VC, was het heel erg in om een langgerekte schedel te hebben. De Egyptenaren deden het waarschijnlijk ook, en minder dan 150 jaar geleden was het nog steeds gebruikelijk in sommige delen van Afrika (vooral de Mangbetu stam in Congo) en Zuid-Amerika. Bij een baby is de schedel nog niet volgroeid, de beenderen zijn zacht. Dus werd het hoofdje in doeken of touwen gewikkeld, met houten stokjes tussen de lagen voor extra druk. In het Engels heet deze praktijk ‘cranial binding’.
Beter bekend is waarschijnlijk het uitrekken van de nek door middel van ringen, zo als gedaan bij enkele Birmees-Thaise stammen. Een meisje krijgt haar eerste ring wanneer ze 5 jaar oud. Geleidelijk aan worden er meer en meer toegevoegd, tot wel 37 ringen die meer dan 10 kilo wegen! De vrouwen worden soms spottend langnekken of giraffes genoemd, maar eigenlijk verpletterd het gewicht van de ringen schouders en sleutelbeen, zodat de nek optisch langer lijkt. Dit wordt nog steeds veelvuldig toegepast, ook om aan de toenemende vraag van toeristen te voldoen: er werden hele dorpen gebouwd waar toeristen tegen betaling de vrouwen ‘in hun dagelijkse leven’ kunnen bezichtigen. Sommige meisjes in de twintig die wilden gaan studeren, hebben hun ringen uitgedaan zonder problemen. Vrouwen die ze echter hun hele leven hebben gedragen, zouden stikken als ze de dringen uitdoen omdat de spieren zo verzwakt zijn dat we onmogelijk het gewicht van het hoofd kunnen dragen.
Een ander extreme voorbeeld is dat van de Mursi en Sura vrouwen in Ethiopië. Wanneer een meisje de volwassenheid naderd (rond de 16 – 17 jaar), wordt een kleine incisie gemaakt in de onderlip. Men plaatst een schijfje van keramiek in de wonde, en vervangen het steeds door een groter tot de onderlip zo’n 4 centimeter in diameter is. Op dat moment worden 2 tot 4 ondertanden uitgetrokken om plaats te bieden aan een schijf van klei, die wel 15 tot 20 cm kan meten. Eten, praten en drinken gaat natuurlijk moeizaam, dus dragen ze de schijf alleen als ze in de buurt van de mannen zijn.
In China was het eeuwenlang de gewoonte om de voeten van jonge meisjes in te binden zodat ze niet konden groeien. Kleine voeten werden gezien als elegant en perfect. Wanneer meisjes tussen 3 en 8 jaar oud waren, werden hun tenen gebroken en onder de voetzool gebonden. Soms moesten de meisjes lange afstanden wandelen, zodat hun eigen gewicht de voetbeentjes zou breken. De stinkende verbanden waren wel 10 meter lang, en werden er dus maar 1 keer in de 2 weken afgehaald om de voeten te wassen (en indien nodig de tenen opnieuw te breken). De voeten werden steeds strakker ingezwachteld, zodat uiteindelijk ook de wreef brak. Onnodig te zeggen dat dit een uiterste pijnlijk proces was, maar honderd jaar geleden konden meisjes met normale voeten onmogelijk een man te vinden. Het risico op infecties of gangreen was groot.
Wil jij graag meer weten over Chinese cultuur en tradities? Het Centrum voor Chinese Cultuur te Berlijn (Geopend in mei 2008) is een goede plek om te starten. Huur de beste appartementen in Berlijn en geniet van een perfecte mix tussen Oost en West!







